Circulair bouwen wordt breed omarmd als een mogelijke route naar een duurzaam gebouwde omgeving. De nadruk ligt daarbij vooral op het reduceren van CO2-uitstoot gedurende de realisatie en gebruiksfase van gebouwen. Andere duurzaamheidscriteria spelen ook mee, maar de focus op CO2 is dominant. Met de invoering van de ‘Whole Lifecycle Carbon (WLC) Roadmaps’ uit de recente EPBD IV (2024/1275) wordt deze focus nog verder aangescherpt. Vanaf 2030 moeten lidstaten namelijk stapsgewijs toewerken naar emissieloze gebouwen in 2050.
Hoewel deze ambitie breed gedragen wordt, tekenen zich nu al zorgen af. De eerste signalen wijzen erop dat deze nieuwe WLC-richtlijnen een stagnerend effect kunnen hebben dat vergelijkbaar is met – of zelfs groter dan – de stikstofproblematiek. Het risico dat bouwproductie volledig stilvalt, is reëel. Tegen deze achtergrond groeit het belang van circulaire ontwerp- en bouwtechnieken die zowel duurzaam als economisch haalbaar zijn. Sinds de Ellen MacArthur Foundation het begrip ‘circulaire economie’ in 2010 onder de aandacht bracht, is ook in de bouwsector geëxperimenteerd met nieuwe ontwerpprincipes en -technieken. De zogeheten R-strategieën (reduce, reuse, recycle, etc.) vormen de leidraad voor het sluiten van materiaalkringlopen, waarbij materialen uit de bestaande gebouwde omgeving worden geoogst en hergebruikt, met onder andere CO₂-besparing als resultaat.
Deze experimenten hebben spraakmakende voorbeelden opgeleverd, die vaak het nieuws hebben gehaald. Toch lijkt grootschalige toepassing achter te blijven. De vraag is waarom. Succesverhalen zijn belangrijk, maar even noodzakelijk is een diepere reflectie: wat is de daadwerkelijke impact van circulair bouwen op de weg naar CO₂-neutraliteit? Bij VITO doen we dagelijks onderzoek naar die milieueffecten. Onze analyses tonen aan dat circulaire technieken zeker bijdragen aan een lagere ecologische voetafdruk. Maar de afname is vaak onvoldoende om de klimaatdoelstellingen daadwerkelijk te halen. Bovendien dreigt ‘burden shifting’: het terugdringen van CO₂-emissie kan andere negatieve milieueffecten veroorzaken met betrekking tot bijvoorbeeld inefficiënt materiaalgebruik.
Dat vraagt om een fundamenteel andere, datagedreven benadering van de gebouwde omgeving. Minder nieuwbouw – en dus meer hergebruik van bestaande structuren – blijkt een van de krachtigste manieren om de milieu-impact te verlagen, en ook kosten te besparen. Een overtuigende businesscase voor duurzame projecten brengt de werkelijke kosten en baten in kaart, inclusief gemonetariseerde milieu-indicatoren zoals langetermijnbesparingen op energie en water, en de maatschappelijke waarde van verminderde CO₂-uitstoot. Hier komt de architect nadrukkelijk in beeld. Zo’n tachtig procent van de milieu-impact van een gebouw wordt immers bepaald in de ontwerpfase. De rol van architecten en hun ontwerpteams moet daarom niet alleen erkend, maar ook versterkt worden. In de volgende aanbrekende fase van circulair bouwen is het cruciaal dat ontwerpers beschikken over de juiste kennis, data en instrumenten om circulaire keuzes vroegtijdig en onderbouwd te kunnen maken. Alleen dan kunnen we écht stappen zetten naar een duurzaam gebouwde omgeving. Daar zetten wij ons dagelijks voor in, samen met architecten.
John Van Oorschot
Senior R&D Life Cycle Assessment and Circularity in the Built Environment @VITO