Van winterisolatie naar zomercomfort
Glas is gul. Het brengt daglicht diep in gebouwen, laat binnen en buiten in elkaar overvloeien en geeft gevels een lichte uitstraling. Alleen stelt een warmer klimaat onze liefde voor glas voor een nieuwe uitdaging. Volgens prof. dr. Pascal Buskens, gastprofessor aan de UHasselt en hoofdonderzoeker bij TNO, moet de bouwsector daarom anders naar beglazing beginnen kijken. Onderzoek naar thermochrome coatings levert een bouwoplossing op die binnenkort haar weg vindt naar de markt en architecten een extra ontwerpinstrument aanreikt.

Hoogrendementsglas evolueerde de voorbije decennia met één doel voor ogen: de warmte die binnenshuis wordt opgewekt zo goed mogelijk vasthouden. Dat leverde energiezuinige gebouwen op, maar hogere buitentemperaturen, langere hitteperiodes en royale glaspartijen vragen een switch. Daardoor groeit de vraag naar koeling en zomercomfort. Beglazing bepaalt een aanzienlijk deel van het energieverbruik en de koelvraag van een gebouw. “Je kan warmte eerst binnenlaten om ze daarna met airconditioning weer buiten te werken. Maar veel logischer is het om overtollige zonnewarmte al aan de gevel tegen te houden”, zegt prof. dr. Pascal Buskens, gastprofessor aan de UHasselt en hoofdonderzoeker bij TNO, de Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek.
Vanuit die vaststelling startten UHasselt, TNO, imec en verschillende industriële partners een gezamenlijk onderzoeksproject. De onderzoekers willen gebouwen beter voorbereiden op een warmer klimaat, zonder in te boeten aan transparantie of architecturale vrijheid.

De onderzoekers ontwikkelden daarvoor een thermochrome coating aan de binnenzijde van de buitenste glasplaat. Waar de bestaande low-e coating warmteverlies in de winter beperkt, regelt deze extra laag de doorgang van zonnewarmte. Bij lagere temperaturen laat ze die warmte door. Warmt het glas op tot 21 °C, dan vermindert de coating automatisch de warmtedoorgang. “De binnentemperatuur tijdens warme periodes kan hierdoor tot vijf graden lager uitvallen dan bij klassieke beglazing”, zegt Buskens. “Dat verhoogt het comfort en beperkt de behoefte aan actieve koeling.” De coating werkt uitsluitend op het infrarode deel van het zonnespectrum. Elektronica, sensoren of een sturing komen er niet aan te pas. Doordat het glas helder blijft, blijft ook de lichtinval onveranderd.
De ontwikkeling van de coating is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. UHasselt onderzocht hoe thermochrome pigmenten zich gedragen en hoe snel ze schakelen. TNO vertaalde die kennis vervolgens naar een industrieel productieproces en valideerde de prestaties in testgebouwen. De coating werd intussen al op enkele honderden vierkante meters glas geproduceerd op een industriële productielijn. Die stap naar de praktijk is cruciaal, benadrukt Buskens: “Onderzoek krijgt pas maatschappelijke waarde wanneer het ook effectief toegepast wordt. Daar gaan we nu naartoe. De commercialisering wordt nog dit jaar verwacht, waardoor raamproducenten de technologie binnenkort kunnen opnemen in hun aanbod voor woningen en utiliteitsgebouwen.”

De volgende stap gebeurt aan de tekentafel, in overleg met studiebureaus, glasproducenten en opdrachtgevers. “Als architecten deze optie kennen, kunnen ze die integreren in hun ontwerpen”, besluit Buskens. “Zo groeit ook de vraag vanuit de markt. Thermochrome beglazing geeft architecten een extra manier om licht, comfort en energieprestatie met elkaar te verzoenen in een warmer klimaat.”
De coating komt wellicht begin 2027 op de markt. Als voorschrijvers ze nu al meenemen in gesprekken en ontwerpen, krijgt wetenschappelijk onderzoek sneller een plek in de bouwpraktijk. Zo zal thermochrome beglazing stap voor stap uitgroeien tot een nieuwe standaard voor gebouwen die licht, comfort en klimaatbestendigheid beter verzoenen.